10 Tips

Home / 10 Tips

Tien belangrijke inzichten om het in het onderwijs meer rekening te houden met diversiteit:

 1. Probeer nooit onderscheid te maken op basis van de afkomst van leerlingen of studenten.

Kijk echt naar wie iemand is en wat iemand kan en doet. Onbewust heeft ieder mens vooroordelen en maakt iedereen inschattingen van anderen die niet altijd kloppen. Wees verwachtingsvol naar jongeren toe en spreek het uit als je niet goed weet hoe je iemand moet inschatten. Zeg bijvoorbeeld eerlijk dat je je afvraagt of een leerling wel genoeg ondersteuning krijgt thuis. Stel open vragen.

2. Probeer nieuwsgierig te zijn naar andere culturen en religies.

Het is van een enorme meerwaarde om kennis te hebben van de migratieachtergrond van studenten op het gebied van hun cultuur, hun religie en hun land van herkomst. Wat is belangrijk voor hen en waarom? Door nieuwsgierig te zijn naar die achtergrond, maak je het bovendien leuker voor jezelf: je leert daarmee meteen allerlei nieuwe dingen. Neem zelf het initiatief en stel vragen over hun studie, maar ook over hun opvattingen en hun leefwereld. Wees daarbij kritisch bewust van je eigen vooroordelen.

3. Ga er niet van uit dat jongeren wel weten hoe het allemaal werkt in het Nederlandse onderwijs.

Wees je bewust van het feit dat veel jongeren met een migratieachtergrond op achterstand de school binnenkomen. Deze achterstand kan te maken hebben met het gebrek aan studievaardigheden, sociale vaardigheden en/of het gebrek aan kennis van de gebruiken en de ongeschreven regels binnen de school. Dat gaat vaak over omgangsvormen: Hoe benader je docenten? Welke toon gebruik je in je mail? Hoe krijg je vrij als je een bruiloft hebt? Hoe ver kun je in een discussie doorgaan om je cijfer omhoog te krijgen? Hoe geef je het op een goede manier aan als je het ergens niet mee eens bent? Help leerlingen en studenten hierbij.

4. Help achterstanden te verkleinen.

Wees je bewust van het feit dat leerlingen en studenten erg onzeker kunnen worden van het gevoel dat ze een (flinke) achterstand hebben (‘Ik begrijp de wereld van deze school niet helemaal’). Taalachterstanden en onbekendheid met het reilen en zeilen binnen een school kunnen bovendien gevoelens van frustratie en onmacht oproepen. Neem initiatief, desnoods na de reguliere lestijd, om deze achterstand op een positieve manier weg te werken. Stel daarbij ook grenzen: jongeren moeten zelf ook moeite willen doen om de Nederlandse samenleving en de schoolcultuur te begrijpen.

5. Zorg voor voldoende structuur en duidelijkheid.

Jongeren met een migratieachtergrond hebben veel baat bij een school waar niet alleen aandacht is voor ondersteuning en individuele begeleiding, maar waar bovendien een duidelijke structuur wordt geboden. Zorg er dus voor dat je jongeren dit voldoende biedt, zowel door streng te zijn en duidelijke regels te stellen als door oprechte betrokkenheid te tonen. Wees duidelijk en direct in waarom je een bepaalde beslissing neemt en maak in het geval van een conflict duidelijk wat de regels zijn.

6. Zorg voor openheid en veiligheid.

Creëer een omgeving waarin alle jongeren zich veilig voelen en vragen durven stellen, door een persoonlijke band met hen op te bouwen en hun bijvoorbeeld ook te vertellen over je eigen ervaringen tijdens je studieperiode. Doe hierbij niet alleen moeite voor jongeren met wie je makkelijk een band opbouwt, maar kijk ook naar leerlingen met wie je minder affiniteit hebt. Docenten moeten het goede voorbeeld geven dat ze aandacht hebben voor iedereen.

7. Wees je bewust van de wijze waarop je communiceert.

Jongeren met een migratieachtergrond ervaren opmerkingen over hun voorkomen (huidskleur en andere uiterlijke kenmerken) en hun etnische en/of religieuze achtergrond vaak als extra bot of negatief. Let daar dus op. Vragen naar iemands achtergrond is meestal geen probleem, maar wees bijvoorbeeld voorzichtig met goedbedoelde grappen over iemands afkomst, zeker als je de ander nog niet (goed) kent.

8. Ga pragmatisch om met religieuze en culturele verschillen.

Als mensen verschillende religieuze en/of culturele regels volgen, kan dit op school makkelijk tot spanningen leiden (denk aan: wel of geen halal eten in de kantine, ongelijke verhoudingen tussen mannen en vrouwen accepteren, bidden onder schooltijd, vrouwen wel of geen hand geven, enzovoorts). Probeer in zulke gevallen niet gelijk te oordelen, maar vraag door. Bijvoorbeeld naar de achterliggende regels en overtuigingen die ten grondslag liggen aan het gedrag in de specifieke situatie. Door niet te snel overal je eigen normen en visie op te leggen, geef je allochtone jongeren meer ruimte.

9. Stimuleer multiculturele events

En zorg daarbij dat jongeren met een migratieachtergrond de ruimte krijgen om over zichzelf, hun cultuur, hun religie en hun positie in de Nederlandse samenleving te vertellen. Zorg actief voor een wederzijdse uitwisseling van kennis en (levens)ervaringen tussen jongeren. Dit hoeft ook niet per se gericht te zijn op etnische verschillen, maar kan ook gericht zijn op het elkaar überhaupt beter leren kennen. Docenten overschatten soms dat jongeren die elkaar meerdere keren per week in een klas tegenkomen, elkaar ook daadwerkelijk kennen. Maar jongeren nemen zelf over het algemeen weinig initiatief als het gaat om het opbouwen van sociale contacten buiten hun eigen vriendenkring.

10. Betrek ouders van jongeren met een migratieachtergrond actief bij de studie van hun kinderen.

Veel ouders zijn onbekend met het opleidingssysteem in Nederland en de eisen die vanuit de opleiding aan hun kinderen worden gesteld. Tegelijkertijd zetten ze hun kinderen onder grote druk om prestaties te leveren op basis van verwachtingen die niet altijd even realistisch zijn. Betrek ouders actief bij de school en het studieproces van hun kinderen en wijs hen ook op hun verantwoordelijkheid als het gaat om hun kind en school. Door het gesprek actief op te zoeken, krijgt een school meer inzicht in de beweegredenen van allochtone ouders. Al spreekt een schoolleider of docent ieder semester maar twee ouderstellen met een migratieachtergrond: dat kan al helpen om de beweegredenen van deze groep ouders beter in kaart te krijgen en daar vervolgens in de dagelijkse onderwijspraktijk op in te spelen.

Download hier de 10 tips